Aan de slag met een actueel vraagstuk
Moet de tram aan de oost- of westkant van de nieuwe OV-terminal in Utrecht komen? Daarover verschillen ProRail en de gemeente Utrecht van mening. Studenten van de 3TU-masteropleiding Construction Management and Engineering (CME) ontwikkelden voor het vak Procesmanagement diverse aanpakken om tot een oplossing te komen. Op vrijdag 16 januari presenteerden ze bij ProRail hun adviezen aan de betrokken partijen.

Utrecht CS gaat de komende jaren stevig op de schop. Het station wordt omgebouwd tot een hoogwaardige OV-terminal waarin trein, bus, tram, taxi en fiets onder één dak worden samengebracht. Het bestek voor de nieuwe terminal is bijna gereed en ProRail staat op het punt om de bouw aan te besteden. Er moet alleen nog één vraag worden beantwoord: aan welke kant van de OV-terminal komt de tramlijn te liggen van de tram tussen Utrecht en Nieuwegein?
Veiligheid
Nu ligt de tramlijn aan de oostkant van het station. In het ontwerp van de OV-terminal is de lijn verplaatst naar de westzijde. In eerste instantie was de gemeente Utrecht het met deze verplaatsing eens. Dat veranderde toen er plannen ontstonden om de geplande snelle OV-verbinding tussen het station en universiteitscentrum de Uithof niet als bus- maar als tramlijn uit te voeren. Als de tramlijn aan de oostzijde komt kan de toekomstige tramlijn naar de Uithof hier eenvoudig op aansluiten. Bovendien hoeven de tramreizigers dan minder ver te lopen naar het centrum. ProRail is eveneens voorstander van het koppelen van beide tramlijnen, maar houdt vast aan het oorspronkelijke ontwerp. De belangrijkste reden hiervoor is veiligheid. Volgens ProRail ontbreekt aan de oostzijde de ruimte om een perron te maken dat zo breed is dat reizigers veilig in en uit kunnen stappen en elkaar niet hinderen.
Kansen
“Met de gemeente zijn we sinds eind 2007 in gesprek over een oplossing”, vertelt Marc Unger, projectleider voor de OV-terminal bij ProRail. “In september 2008 werd mijn collega Marieke Koopmans door Joop Koppenjan en Ellen van Bueren van TBM benaderd of wij een interessante case hadden voor het vak procesmanagement. Zij wilden graag een actuele case, omdat dit voor studenten het meest uitdagend is. Koopmans stelde de tramproblematiek voor en hoewel alles nogal gevoelig lag, leek me dat na enig nadenken een goed voorstel. Ik wilde al langer studenten bij het aansprekende OV-terminalproject betrekken en zag ook kansen. Immers, de studenten zouden misschien interessante procesvoorstellen kunnen doen en door hen in te schakelen konden we opnieuw ons commitment aan de stad en aan de tram tonen.”
Impasse
Begin december startten de circa vijftien studenten in drie werkgroepen met de case. De opdracht was het formuleren van één of meer procesmanagementstrategieën om uit de impasse te komen. Voorwaarde daarbij was dat de strategieën voor alle betrokkenen acceptabel zouden moeten zijn. Om tot een advies te komen bestudeerden de studenten onder meer de documentatie die ProRail had verzameld en hielden ze interviews met vertegenwoordigers van alle betrokken partijen. Dat leidde tot drie verschillende adviezen die tijdens een bijeenkomst bij ProRail werden gepresenteerd.
Lovende woorden
De belangstelling voor deze bijeenkomst was groot. Van alle betrokken partijen bij de discussie over de tramlijn waren vertegenwoordigers naar de bijeenkomst gekomen. Zij ontvingen de adviezen met enthousiasme. Marc Unger sprak lovende woorden. Hij prees het hoge niveau van de adviezen en was onder de indruk van de analyses van de verschillende standpunten. Door de adviezen werd zijn idee nog eens bevestigd dat goede procesafspraken van groot belang zijn. Verder was het procesvoorstel van de tweede groep voor hem een eye-opener. Deze groep adviseerde om de voorstanders van de oostvariant een goed alternatief te laten ontwikkelen voor de westzijde en de aanhangers van de westvariant een alternatief voor de oostzijde en vervolgens deze alternatieven aan de hand van duidelijke criteria te beoordelen. Ook andere aanwezigen reageerden positief. Zo verzuchtte projectmanager Loek Waterreus van de gemeente dat het mooi zou zijn geweest als de bijeenkomst met de presentaties in het najaar van 2007 had plaatsgevonden.
Stimulerend
“Van tevoren had ik deze positieve reacties niet verwacht”, zegt Nikki Oude Elferink, één van de studenten. “Toen we aan de opdracht begonnen vond ik het lastig in te schatten wat realistisch was en hoe we de informatie naar een strategie moesten vertalen. Al doende hebben we dat moeten leren. Voorafgaand aan de presentatie wisten we ook eigenlijk niet hoe ons advies zou worden ontvangen. Dan is het heel stimulerend om te zien dat mensen geboeid zijn, enthousiast reageren en laten merken dat we echt wat hadden te melden.”
Gezamenlijke masteropleiding
De master CME van de drie samenwerkende Technische Universiteiten (3TU) is in 2007 gestart en speelt in op de behoefte in de bouwwereld aan een nieuw soort vakmensen. Mensen die naast technische kennis ook goede communicatieve vaardigheden hebben en in staat zijn om problemen op te lossen en veranderingsprocessen te begeleiden. De faculteit CiTG heeft de master samen met TBM ontwikkeld. TBM verzorgt onder andere de vakken Projectmanagement en Processmanagement. Programmamanager van de opleiding is ir.drs. Jules Verlaan, tel. 015-278467, e-mail: j.g.verlaan@tudelft.nl




