Jeroen van den Hoven
![]()
Jeroen van den Hoven
Naam
Jeroen van den Hoven
Functie
Ik ben hoogleraar Ethiek, voorzitter van de afdeling Values and Technology en vice-decaan bij TBM. Daarnaast ben ik wetenschappelijk directeur van het 3TU Centre for Ethics and Technology.
Privé?
Ik ben getrouwd en heb twee kinderen; een zoon van 20, nu tweedejaars student geneeskunde, en een dochter van 18. Zij doet dit jaar eindexamen gymnasium.
Favoriete vrijetijdsbesteding?
In mijn vrije tijd speel ik graag klassiek gitaar. Ook vind ik het heerlijk om hard te lopen. Voor mij is dat een must, in een zittend leven vol vergaderingen en diners. Ik loop zo’n 40 kilometer per week. Een rondje Kralingse Bos is favoriet.
Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?
Dat is toch wel het winnen van de World Technology Award 2009. In deze oeuvreprijs komen veel hoogtepunten uit mijn loopbaan samen: het oprichten van het 3TU Centre for Ethics and Technology, het opbouwen van het multidisciplinaire NWO onderzoeksprogramma ‘Maatschappelijk Verantwoord Innoveren’, publicaties. De uitreiking vond plaats in New York, compleet met een zeer Amerikaans gala, maar het was een mooi moment.
Grootste uitdaging?
De 21e eeuw is de eeuw waarin technologie een centrale rol speelt, bijvoorbeeld op het gebied van geneeskunde, energie, duurzaamheid, transport, bouw en infrastructuur. Dat roept fundamentele vragen op, zoals: wat betekenen technische systemen voor onze vrijheid en voor onze verantwoordelijkheid? Hoe gaan we om met veiligheid en risico’s?
De wereld is ongelofelijk veranderd en ons denken over deze zaken kan dus ook niet bij het oude blijven. Concepties van verantwoordelijkheid, privacy, autonomie en vrijheid moet worden bijgesteld in het licht van nieuwe ontwikkelingen. Daar kunnen we niet vroeg genoeg mee beginnen. Want technologische ontwikkelingen gaan snel, maar reflectie kost in verhouding nog steeds veel tijd.
Leukste aan uw werk?
Het is geweldig dat ik de hele dag met fascinerende onderwerpen bezig kan zijn. Ook de mensen om mij heen zijn geboeid door zeer wezenlijke zaken. Er zijn altijd volop nieuwe ideeën en interessante discussies. We zijn hier met 30 filosofen en worden steeds internationaler. We hebben phd-ers uit Oxford en Oslo. Voor vier phd-posities kregen we liefst 120 sollicitaties uit de hele wereld! Post-doc en UD’s uit Adelaide, Buenos Aires en New York, een visiting professor uit Canberra. We hebben dus de luxe om de besten te kiezen. Om dagelijks met hen te mogen samenwerken, is fantastisch. Ik voel me enorm bevoorrecht. Soms betrap ik mezelf erop dat ik ’s ochtends met een glimlach de faculteit binnenloop vanwege het plezier in al die jonge mensen die zo talentvol en geëngageerd bezig zijn.
Waarom Delft?
Ethiek is lang hoog verheven geweest boven de gewone wereld. Inmiddels is dat wel veranderd, en ten goede zou ik denken. Zelf ben ik ervan overtuigd dat ethiek een praktische filosofische discipline is. Je moet dus zijn waar de praktijk bepaald wordt: where the rubber meets the road, daar kun je ook het verschil maken. Techniek is zo’n terrein waar het gebeurt; daar ontwikkelen we letterlijk de toekomst. In Delft zit ik daarvoor natuurlijk op de juiste plek. Als je ethici en ingenieurs in een vroegtijdig stadium samenbrengt, kunnen morele waarden zoals privacy en autonomie al in de ontwerpfase van nieuwe technologieën worden meegenomen.
Als dit bijvoorbeeld was gebeurd bij de ontwikkeling van de slimme elektriciteitsmeter, dan was dit product niet door de Eerste Kamer afgekeurd op grond van privacybezwaren. Ik ben dus een groot voorstander van value sensitive design ofwel waardebewust ontwerpen. Het is een van onze uitdagingen om de Delftse ingenieurs daarmee bekend te maken.
Beste eigenschap?
Ik vind het belangrijk een sfeer te scheppen waarin mensen zich prettig voelen, zodat ze zich kunnen ontwikkelen, en hun talenten het best tot hun recht kunnen laten komen. Blijkbaar lukt dat goed, want onze afdeling groeit en we hebben succes in het publiceren van onze onderzoeksresultaten en het aanvragen van onderzoeksbeurzen bij NWO.
Daarnaast lukt het me nog weleens om een nieuw idee te introduceren. In de filosofie werkt men vaak in het kader van lange tradities, die teruggrijpen op posities en problemen uit de geschiedenis van de filosofie en die voortborduren op het werk van belangrijke denkers als bijvoorbeeld Aristoteles of Wittgenstein. Er is bovendien al zóveel gezegd en de contemporaine top filosofen uit Harvard, Oxford en Princeton zijn behoorlijk slim en bedreven in de analyse van filosofische puzzels. Het valt dan ook niet mee om daaraan iets toe te voegen dat nog slimmer is.
Maar soms lukt het me wel om iets nieuws te zeggen of een ander inzicht te geven, en dat is redelijk zeldzaam in de filosofie. Dat komt denk ik mede doordat we ons hier laten inspireren door de praktijk en dat we enorm gemotiveerd zijn om iets behulpzaams te zeggen over echte problemen in de wereld. Wij doen geen filosofie om de filosofie, maar omdat een filosofische analyse soms de enige zinvolle benadering is van problemen, die door vrijwel iedereen belangrijk worden gevonden, maar waar niemand vanuit zijn eigen discipline iets verstandigs over kan zeggen.
Minst goede eigenschap?
Ik vind het lastig te schakelen tussen zeer uiteenlopende taken. Zoals het schrijven aan een boek of paper en zeer praktische managementkwesties. Die omschakelingen lopen minder frictieloos dan ik zou willen. Verder verlies ik nog wel eens mijn belangstelling voor een topic als ik denk te weten hoe iets zit. Terwijl een belangrijk deel van het wetenschappelijke werk ook zit in het uitwerken, claimen en aandacht vragen voor je ideeën. Dan kan ook blijken dat je alleen maar dacht dat je wist hoe het zat.
Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?
Wat mij betreft Maatschappelijk Verantwoord Innoveren (MVI), het thema van een ethiek onderzoeksprogramma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). We moeten producten, diensten en systemen maken waarin ‘zachte’ requirements zoals morele waarden en ethische overwegingen zijn gecombineerd met de ‘harde’ technische kant. Volgens mij ligt daar voor de BV Nederland en ook voor de BV Europa een enorme kans, want de Amerikanen en Chinezen houden zich daar totaal niet mee bezig.
Inspiratiebron?
Ik ben gefascineerd door de analytische filosofie en daarmee ook door de grondleggers daarvan, zoals Bertrand Russell. De grote analytische filosofen van dit moment zoals Thomas Nagel streven naar helderheid in articulatie, formulering en argumentatie in zake zeer fundamentele wezenlijke en moeilijke problemen. Filosofische problemen zijn per definitie moeilijk en worden als zodanig door andere disciplines gemeden. Kwaliteitsstandaarden in de filosofie zijn controversieel.
De eerste deugd van een filosoof is mijns inziens om helder en scherp te articuleren, te formuleren en te argumenteren. Er schuilt geen verdienste in diepzinnig taalgebruik en filosofisch jargon als dat niet strikt noodzakelijk is. Voor ons werk in Delft in de toegepaste filosofie van techniek zou ik zeggen dat er een dubbele kwaliteitseis is. Je bent goed bezig als (1) de beste collega-filosofen in de wereld, die zich niet uitsluitend met toegepaste filosofie bezighouden, zeggen dat je goede filosofie bedrijft en (2) als wetenschappers, ingenieurs, beleidsmakers en geïnteresseerde leken zeggen dat je ideeën en analyses verhelderend en behulpzaam zijn.
Levensfilosofie?
My station and its duties.


